BRUSSEL

brussel

Het grootste korps van België neemt zo dikwijls nieuwe wagens in gebruik dat we er in elk nummer van dit blad een artikel zouden kunnen aan wijden.
Natuurlijk gaat het dikwijls over kleinere voertuigen maar met de regelmaat van een klok zitten er ook indrukwekkende kleppers tussen, die het hart van de brandweerfanaat sneller doen slaan.

In 1980 nam de Brusselse brandweer zijn eerste CP-OPS (al bestond die naam toen nog niet) in gebruik. Het was een Mercedes 508 D / Desot  met alles erop en eraan. Het was toen een uniek voertuig dat niet enkel opviel door zijn fluorode RAL 3024 outfit maar ook door zijn voor die tijd typisch witte diagonale striping. De aandacht werd ook getrokken door de grote airconditioning unit op het dak met daarachter het grote rode Amerikaans zwaailicht dat in werking werd gesteld op de interventieplaats. (END-655, T12)

Het hoeft niet gezegd dat er sindsdien, 25 jaar later, een enorme vooruitgang werd geboekt op communicatie- en organisatiegebied.
En het is dan ook vanzelfsprekend dat dit leidde tot de geboorte van een nieuwe echte CP-OPS.

In de wintermaanden van 2003 werd begonnen met het opstellen van het lastenboek.
Men ging niet over één nacht ijs en uiteindelijk duurde het negen maanden vooraleer de aanbesteding kon starten.
Fire Technics haalde uiteindelijk de opdracht binnen, maar de bouw gebeurde bij het Duitse Binz. Deze firma is in België reeds jaren bekend als ambulancebouwer, maar de laatste tijd hebben zij deze specialiteit uitgebreid en zijn zij in Duitsland o.a. een toonaangevende constructeur geworden in middelgrote en grote commandowagens.

Op een MAN chassis van de 7,5 ton categorie monteerde Binz een grote kastvormige opbouw bestaande uit dubbelwandige geïsoleerde aluminium panelen. 
Aan de rechtse zijde bevindt zich het telescopisch gedeelte. Uit de opbouw kan een tweede kast worden geschoven die de binnenruimte zo meer dan 50 % groter maakt.
Aan de linkse zijde kan, indien nodig, een tent worden aangebouwd.

De binnenzijde is modulair uitgevoerd. Er werd zo weinig mogelijk vast ingebouwd om een maximum aan flexibiliteit te bekomen en transformaties achteraf gemakkelijk te maken.

Er zijn negen mobiele operatorposten die zijn gebouwd volgens het "flight case" principe. Ze staan op wielen en kunnen zelfs buiten de wagen worden gebruikt.
Deze operatorposten werden ontwikkeld in nauwe samenwerking met een specialist in deze materie: de Izegemse firma "De Boosere Telecom".

Radioposten en communicatie gaan natuurlijk samen met antennes. Op het dak staan er een twaalftal. Bijkomende antennes en een weerstation kunnen geplaatst worden op de twee achteraan gemonteerde telescopische Clark masten.
Het dak is zeer stevig en begaanbaar uitgevoerd met het oog op een eventuele latere plaatsing van schotelantennes.
Koeling en verwarming komen van twee zware airco units die ook op het dak zijn geplaatst.

Bij het ter perse gaan was deze nieuwkomer nog niet opgeleverd en dus nog niet operationeel. Ook zijn roepnummer "T19" was nog niet aangebracht. Een kenteken had hij al: TDX-416

Het is vanzelfsprekend dat deze wagen slechts bij grote interventies zal worden gebruikt.
Hij zal dan uitrukken, samen met een Peugeot Expert bestelwagen. Met zijn laadvermogen van 4 m³ kan deze logistieke assistentiewagen bijkomend materieel ter plaatse brengen.
(TAP-362,  C58)