Tankwagen brandweer Zaventem

We worden het stilaan gewoon. Als dit korps een nieuwe wagen in huis haalt gaat het zelden over een standaard voertuig. Deze keer kunnen we u hun unieke tankwagen van 12000 l  voorstellen. 

We willen er de aandacht op vestigen dat deze tankwagen niets heeft te maken met zijn ministeriële broertje waarvan onlangs het prototype aan het korps van Büllingen in de Oostkantons werd geleverd. 

Zaventem ging een eigen weg en koos voor een ander chassis en een totaal verschillende technologie voor de kastopbouw en uitrusting. 

De laatste jaren beschikte het korps over een ministeriële tankwagen Renault / Somati van 8000 l. Bij interventies op de snelweg E 40 en de nabijgelegen Brusselse ring bleek deze tankinhoud iets te beperkt. Daarom werd er gedacht aan een bijkomend zwaarder voertuig dat kon ingezet worden bij brand, reinigen van het wegdek en voor assistentie aan de luchthavenbrandweer. 

Momenteel zijn er in het wagenpark al vier Scania’s : twee autopompen, een ladder en de NMBS materieelwagen. Het is dus niet verbazingwekkend dat ook nu weer deze Zweedse constructeur het drie-assige chassis mocht leveren. 

Deze Scania 114G 340 heeft een meesturende naloopas en een halflange cabine van het type CP19L Lowroof. De 340 PK sterke zes cilinder motor met een inhoud van 11 liter is gekoppeld aan een volautomatische versnellingsbak (6 vooruit, 1achteruit).

In de cabine is plaats voor twee inzittenden. De stoel van de begeleider is van het Amerikaanse Bostrom; hij is uitgerust met een geïntegreerde driepunts-veiligheidsgordel en een persluchttoestel Dräger PA 94 met composietfles. 

Op het instrumentenbord vinden we naast een handsfree GSM ook een GPS met DVD van Dayton.

Hiernaast staat een tweede LCD scherm dat continu het beeld weergeeft van de op de rechterflank gemonteerde dode hoek camera.

Op het GPS scherm verschijnt het beeld van de achteruitrij-camera zogauw de versnellingsbak in achteruit wordt geschakeld. Op ditzelfde scherm kan ook de vooraan geplaatste camera zijn beeld projecteren waarmee men kan zien wat er net voor de wagen gebeurt. Deze camera wordt gebruikt wanneer de voorste sproeibalk in gebruik is. 

De op het dak gemonteerde Martinhoorn wordt nog aangevuld door een krachtige pneumatische versie van een Amerikaanse “Traffic Blaster”. Hij kan via voetschakelaars door beide inzittenden bediend worden.

Op de bestuurderscabine staan twee Viewpoint lichtbalken met elk vier halogeen zwaailampen : een witte, een rode en twee blauwe.

Hella leverde verschillende blauwe LED flitsers : twee vooraan en twee op elke flank. Achteraan staan twee dubbele flitsers die alternerend rood en blauw oplichten.

Op de vier hoeken van de opbouw staan krachtige blauwe xenon flitsers en achteraan onder de dakrand vinden we vier grote vierkante oranje flitslampen die als verkeersgeleider kunnen werken.

Tenslotte lichten ook de halogeen koplampen alternerend op via een relais dat aan de witte lampen van de Viewpoint is gekoppeld.

Zogauw de wagen stilstaat en de handrem is aangetrokken gaan alle witte alarmlichten uit om het personeel op de plaats van de interventie niet te storen. 

De wagen werd besteld bij Vanassche. De hele opbouw komt evenwel van Ziegler-Duitsland. Hij is uitgevoerd in het door Ziegler gepatenteerde ALPAS (Aluminium Panel System). Dit zijn aluminium sandwich-panelen op een aluminium frame die met speciale hoekprofielen aan elkaar worden bevestigd en geschroefd. De materieelkasten worden ingedeeld met een vakwerk in aluminium profielen (zoals we o.a. terugvinden in de nieuwe ministeriële snelle hulpwagens). Maar wie zegt “ALPAS” denkt dus eerst en vooral aan de aluminium koetswerkpanelen waarmee de opbouw is vervaardigd. 

Ziegler leverde ook de pomp van het type 28/8 (2800 l / min bij 8 bar). De aanzuigmond is uitgerust met een Storz koppeling van 125 mm. Er zijn vier uitgangen van 70 mm. 

De verdere afwerking gebeurde bij Vanassche en die had hier nog meer dan de handen mee vol ! 

Onder de voor- en achterbumper werd een sproeibalk gemonteerd met elk zes sproeikoppen die per twee kunnen worden in- of uitgeschakeld via pneumatische afsluiters. Zo kan ook een smalle strook van de rijbaan worden behandeld. 

Beide sproeibalken worden computergestuurd via een groot bedieningspaneel tussen de beide zetels. Het Franse CTD leverde deze uitrusting van het type “Caméléon”.

Het ganse sproeisysteem wordt via de PTO gevoed door de zware Zieglerpomp waarbij de automatische versnellingsbak in eerste wordt geschakeld. De snelheid is dan gelimiteerd tot 15 km/h.

De voorste sproeibalk is gekoppeld aan de hoge drukpomp terwijl achteraan lage druk wordt geleverd. Er kan, ook via de computer, een bepaald detergent-mengsel worden ingesteld.

Bij kleine bezoedeling kan dit mengsel ook worden verspreid via de hoge drukhaspel.

300 l detergent wordt meegevoerd in een polyestertank.

In het voorste deel van de opbouw staat een lichtmast van Teklite met vier halogeenlampen van 1000 W.

Hij wordt gevoed door een stroomgroep Knurz van 6 kVA die op een slede staat gemonteerd in het materieelcompartiment links vooraan. Diezelfde groep levert ook energie aan een hogedrukreiniger Kranzle TS 160 en twee draagbare halogeenschijnwerpers van 1000 W.  

In dit compartiment vinden we nog verschillende blustoestellen klasse ABC, D en CO2, een membraanpomp, een dompelpomp en schuimopzetstukken. Het meeste materiaal ligt in een twintigtal kunststof bakken. Hierin vinden we o.a. chemie- en wegwerpoveralls, laarzen, reddingstouwen, lange handschoenen, absorptie-doeken voor koolwaterstoffen en chemicaliën, en een volledige serie afdichtkussens en stoppen van Vetter. 

Het compartiment links achteraan heeft onderaan een grote lade met zes zakken absorberende korrels, en vier draagkorven met elk twee gekoppelde slangen van 70 of 45 mm. Hierboven worden nog een negental slangen op de klassieke manier meegevoerd. Een waterschild en verschillende straalpijpen vinden ook hier een plaatsje. 

Rechts achteraan verbergt het rolluik een 60 m lange hoge drukhaspel van het Engelse Collins Youldon.

Daarnaast vinden we hier signalisatiekegels, lampen en toortsen, standpijpen en nog een serie slangen en verdeelstukken. 

Rechts vooraan wordt een grote schuimvoorraad meegevoerd, voornamelijk als reserve voor de autopompen : twee 20 l - vaten van klasse A schuim en vier vaten van klasse B.

Als we verder het rijtje afgaan ontdekken we hier nog een Turbex licht schuimgenerator, een mini-continuzuiger van Vetter met pomp, spillbags en lege jerrycans voor het opvangen van vloeistoffen, zes persluchtflessen, borstels en schoppen en een “Haligantool”. 

De pomp in het achtercompartiment heeft een uitgang die is gekoppeld aan een computergestuurd “Robwen Foam System”.

Boven de pomp zijn er twee lades met verschillende verdeelstukken en een persluchttoestel voor de chauffeur-pompbediener. 

Via een ladder komt men op het dak waar een materiaalkast met aanzuigslangen en lieslaarzen staat.

Ook een vijfdelige steekladder vindt hiernaast een plaats. 

Voor de omgevingsverlichting zorgen vijf TL lampen die boven de rolluiken zijn aangebracht. Zij zijn ook zeer nuttig bij het manoeuvreren ‘s nachts in smalle straten. 

De kleur en striping voldoet helemaal aan de huisstijl van deze brandweerdienst: RAL 3020 met geel-blauwe blokken en gele contourmarkering. 

Op het eerste gezicht hebben we hier met een zwaar en log voertuig te maken. Een kleine demonstratie maakte ons evenwel snel duidelijk dat de meesturende achteras er sterk toe bijdraagt dat deze nieuwkomer praktisch overal inzetbaar is.  (NSW-368 / T3.42)