OOSTENDE

oostende

Industriële autopompen worden bij de gemeentelijke brandweerkorpsen weinig aangetroffen.
Eerst en vooral zijn dit niet onmiddellijk goedkope wagens, en daarenboven is het ook zo dat de grote bedrijven meestal beschikken over een eigen brandweerdienst met aangepast materiaal.
Toch besliste het Ministerie om ook in dit segment een inspanning te doen, en zo werd een lastenboek opgesteld dat onlangs werd geconcretiseerd door de levering van het eerste exemplaar aan de brandweer van Oostende. 

Het was de firma Vanassche die de aanbesteding wegkaapte.
En zo verscheen voor de eerste maal in het Belgisch brandweerland de Mercedes Axor met een wielbasis van 4500mm. Deze wagen beschikt over een krachtige motor van 221 kW, naar goede gewoonte gekoppeld aan een Allison automatische versnellingsbak met ingebouwde retarder

De ruime dubbele cabine en de zevenluiksopbouw geven de wagen een respectabele lengte van 8070 mm, terwijl de breedte van 2450 mm en de hoogte van 3360 mm niet onmiddellijk wijzen in de richting van een kleine wagen. Ook het maximaal toegelaten gewicht van 19 100 kg is indrukwekkend.
Het is duidelijk dat men zijn inspiratie haalde bij de ministeriële halfzware autopomp, waarbij alles een beetje werd uitvergroot.
De personeelscabine biedt plaats aan de bestuurder, de begeleider en zeven inzittenden achteraan. Vier zitplaatsen zijn voorzien van in de rugleuning ingebouwde perslucht. Dit is zo voor de begeleider en voor de drie zetels achteraan, die tegen de rijrichting zijn geplaatst.
De wagen is rood RAL 3000 met enkele gele reflecterende veiligheidscontouren op de zijkant van de wagen. Tevens is er een geel-blauwe blokken markering aangebracht op de voordeuren  en onder de voorruit.
Om als prioritair voertuig door het verkeer te gaan beschikt deze wagen over de volgende attributen: Op het dak staan er twee blauwe flitslampen en een tweetoons Martinhoorn. In de grille vooraan zijn er twee flitsers ingebouwd en ook achteraan zijn er twee xenonflitslichten voorzien.
Verder zijn er een geïntegreerde zijdelingse buitenverlichting en TL kastlichten. Boven het rolluik dat de pompkast afsluit is er een directionele Signalmaster geplaatst en de lichtmast met 3x 1000 Watt schijnwerpers is ingebouwd net achter de personeelscabine.
De Ziegler pomp FPN10-4000-2HH / FPH40-250 2HH met twee aanzuigopeningen van 110 mm heeft een debiet van 4000 l/min bij 10bar (lage druk) en 250 l/min bij 40bar (hoge druk). Twee persuitlaten van 110 mm en vier uitlaten van 70 mm zijn achteraan achter de neerklappende zijtreden verborgen. 
De twee hogedrukhaspels met elk 80 m halfsoepele slang bevinden zich in de compartimenten boven de achterwielen en worden elektrisch opgerold.

De glasvezelversterkte polyester watertank heeft een inhoud van 3100 l.
Een industriële autopomp zonder schuiminstallatie is natuurlijk ondenkbaar. In dit geval wordt de schuimdrukpomp via de PTO aangedreven.

Het schuimdebiet bedraagt max. 3000 l/min links en rechts. Bij hoge druk wordt 500 l/min behaald. De schuimtank heeft een inhoud van 1000 l.

De twee ladders van 2 x 6meter worden elektrisch van de wagen gehaald.
Slangen voor watertransport over grote afstand evenals twee oscillerende monitoren, twee draagbare verlichtingsunits en een kettingzaagmachine worden ook meegevoerd.

De wagen wordt de komende zes maanden voor de eerste uitruk gebruikt zodat het personeel er vertrouwd mee geraakt en eventuele kinderziektes aan het licht komen.

Voor interventies in het stadscentrum zal er evenwel een halfzware autopomp uitrukken. Te smalle straten, vele paaltjes in de grond en fout geparkeerde wagens zouden de industriële autopomp te veel hinderen.   (TRT-655)