Hoogtewerker brandweer Zwevegem

Een elevator op een Scania onderstel is in ons land geen echte nieuwigheid meer. Maar als de wagen een dubbele cabine heeft (type CP28) en nog een pak extra opties, dan loont het wel weer de moeite om uitgebreid stil te staan bij deze kanjer.

Maar eerst weer een beetje geschiedenis: In januari ging de Riffaud autoladder van Zwevegem definitief buiten dienst wegens een ernstig defect. Omdat de elevator toen al in bestelling was, kwam er tijdelijk een elevator uit Gent, maar dat las u al in editie 45 van dit tijdschrift. De aangekondigde autoladder van Harelbeke kwam evenwel nooit naar Zwevegem, zodat men het een tijdje moest doen met een beetje hulp van de andere vrienden uit de regio. Daarenboven stelde de leverancier uiteindelijk gedurende zes weken een demowagen ter beschikking.

Zwevegem heeft in het wagenpark al drie Scania’s lopen en de familie werd nu uitgebreid met een vierde telg. En wat voor één !

Het werd uiteindelijk een luchtgeveerde Scania 124G met maar liefst 420PK, en een dubbele achteras waarvan de achterste meestuurt.

De arm is van het type Vema TFL333 en haalt een werkhoogte van zo’n 33 meter en een horizontale uitzwaai van maar liefst 25,5 m met 100kg korfbelasting ! Precies dat laatste gaf sterk de doorslag in de keuze van de werkarm. Zwevegem telt niet meer hoge gebouwen dan andere plaatsen, maar heeft wel vrij veel grote industriële complexen en villabebouwing, zodat die reikwijdte onontbeerlijk is.
Vema is tot nog toe de enige fabrikant die korven aanbiedt met een zelfdragend frame. Dit houdt in dat men zich op elk punt van de korf kan verankeren. Men vindt er ook vier persluchtaansluitingen en twee aanhechtingspunten voor een afdalingstoestel.
Een hydraulische afneembare winch voor gewichten tot 250kg (redding met bootbrancard bvb.) is eveneens aanwezig. De korf zelf heeft een capaciteit van 400kg.
Evacuatie van personen klimt als interventie steeds hoger in de statistieken, en met deze wagen is het korps extra gewapend: de korf, twee vierkante meter groot, is voorzien voor twee brancards en biedt zelfs de mogelijkheid om rolstoelpatiënten te evacueren. Hiertoe is de korf trouwens ook langs weerszijden 45° wendbaar ten opzichte van de werkarm en kan de bodem nog 10° op en neer bewegen, zodat hij steeds mooi kan aansluiten tegen de gevel. Omdat het soms nodig is de toegang te forceren om de patiënt te kunnen bereiken, werd geopteerd voor een hydraulische snelkoppeling van 800 bar in de korf, zodat reddingsmaterieel (bvb. een deuropener) aangekoppeld kan worden. Vijf schijnwerpers maken de korf compleet. 

Om meerdere personen tegelijk te kunnen evacueren werd ook gekozen voor een ladder langs de werkarm. Dit is echter geen noodladder, zoals bij vele elevatoren, maar een (stevigere) evacuatieladder. Van de ladder langs het laatste stuk werkarm worden de zijdelingse steunen middels afstandsbediening opgericht.
Branden zijn nog steeds de hoofdreden voor de aankoop van een hoogtewerker, en daartoe beschikt de korf over een radiogestuurde monitor (3600 l/min), een sproeiïnstallatie (korfbescherming) en een aanvalshaspel met goed zichtbare gele slang. Ook is er een extra aansluiting van 70mm.
Om dit alles te voeden beschikt de wagen niet alleen over twee inlaten van 70mm, maar ook over een hydraulisch aangedreven, bronzen propellerpomp Ruberg FP30/10, met hogedrukpomp en –haspel beneden. Behalve de stijgleiding in de werkarm zijn er ook beneden nog twee standaard uitlaten van 70mm. De pomp wordt gevoed via een inlaat van 110mm. In combinatie met de 1500 liter grote watertank (die heel discreet onder het loopoppervlak zit) en de dubbele cabine, biedt dit de mogelijkheid om de wagen als standaard autopomp te gebruiken.
Bovendien hebben ze in Zwevegem geen aparte autopomp meer nodig om met de elevator te kunnen blussen, al zal er wel steeds een autopomp mee uitrukken.
De Scania heeft een dubbele cabine (type CP28), die identiek ingericht is als de cabines van de SAM en de MATIS. Ook hier ontbreekt de middenconsole met interventiekluis niet en zijn er persluchttoestellen met Body Guards in de rugleuningen voorzien. Bovendien is ook de Canbus bediening identiek aan die van de multifunctionele autopomp en de tankwagen.
Ook zijn er automatische sneeuwkettingen, een achteruitrijcamera en een camera vooraan. Een afstandsbediening laat toe de wagen bvb. van op afstand af te stempelen. Deze afstempeling wordt voortdurend elektronisch bewaakt en bijgestuurd tijdens het gebruik. De korf wordt beveiligd tegen aanstoten en bovendien wordt een lasergestuurde afstandsmeter meegevoerd. Daarmee kan de chauffeur snel uitmaken of, van op de standplaats van de wagen, de werkarm voldoende reikwijdte zal hebben voor de interventie. Dat voorkomt het herplaatsen van de wagen. Achter de dubbele cabine bevinden zich een extra kastje voor de bootbrancard en rekken voor de zuigslangen.

Voor het overige is deze wagen nog voorzien van divers specifiek materieel: Stop-Chute afdalingstoestel, Pro-Pack en U-Prim schuimtoestellen, een tussenmenger en lansen voor licht en zwaar schuim, zuigslangen, overdrukventilator, hydraulische combischaar, schouwbrandset en zo verder.

Bovendien beschikt dit voertuig over een 6,2 kVA sterke stroomgroep, die ook door de voertuigmotor aangedreven wordt en ondermeer de verlichting voedt.

Qua uitzicht past deze reus perfect in het nieuwe Zwevegemse plaatje, inclusief de Viewpoint® lichtbalken, de kleur (RAL3020) en de huisstriping, die afgeleid is van die van de brandweer Stockholm.
Ook hier is achteraan de zeer herkenbare verkeersgeleider aanwezig.
En dat verraadt meteen de roots van deze wagen. Scania zelf is uiteraard Zweeds. De naam Scania is de Latijnse versie van ‘Skane’, de zuidelijkste provincie van Zweden. De opbouw en inrichting van de kasten met exponent (geperforeerd inox) platen en het pompgedeelte zijn weer van de hand van Autokaross. Ook zij leverden de signalisatie en de Canbus bediening.

De elevatorarm is van Vema. Deze Finse constructeur is al vele jaren bedrijvig op het vlak van elevatoren en leverde tot dusver vooral in Scandinavië.

Met de leveringen, de laatste jaren, van een aantal wagens in Nederland en nu ook in ons land (Harelbeke en Zwevegem, maar er komt meer!) hoopt Vema ook hier vaste voet te krijgen.
Invoerder van al dat fraais voor België is de firma Len Matec, die wij vooral kennen van een vloot commandowagens, enkele autopompen en de tankwagen van Zwevegem.